Interessant nieuw boek van Geoge Monbiot: ‘Regenesis’ (regeneratie)

George Monbiot schrijft (o.a. in the Guardian) en spreekt en filmt al jaren over alles wat voedsel en de landbouw en de natuur aangaat. Zie bijv. de You tube film (4 min.) over de herintroductie van de wolf in Yosemite Park in Amerika, waardoor het hele landschap veranderde. In dit nieuwe boek ‘Regenesis’ (ondertitel: ‘de wereld voeden zonder de planeet op te vreten’) schetst hij verrassende nieuwe ontwikkelingen op het gebied van voedsel. Hij schopt wel wat heilige huisjes omver.  In de Volkskrant stond 22 juli een interview van Mac van Dinthermet Monbiot dat een mooie aanvulling is, en in dit filmpje van 6 min. spreekt Monbiot zelf over zijn boek. Soms wordt hieronder verwezen naar een engelstalige uitgebreidere samenvatting.)

  1. Wat er onder ons ligt

In het eerste hoofdstuk neemt Monbiot ons mee naar een gezamenlijke boomgaard waar hij aan het werk gaat. Hij schept ook een spade aarde om en beschrijft wat hij ziet met zijn loep die 40x vergroot. Een grotendeels onbekende, krioelende wereld; schimmels (1 km ‘draad’ past in een theelepel); dichte plantenwortels die 11 tot 40% van alle  suikers die ze uit fotogenese maken de aarde in pompen, via de zone rondom de wortels, de rhizosfeer. De omgekeerde weg nemen de voedingsstoffen uit rottend materiaal, die via microbes worden gerecycled door het voedselweb en via dezelfde rhizosfeer in de plant komen. Er is een haast griezelige overeenkomst tussen de rhizosfeer en de menselijke ingewanden; dezelfde 4 hoofdgroepen van bacteria hebben de overhand in zowel het ene als het andere systeem.

Wormen graven hun gangen die tientallen jaren kunnen blijven bestaan en water en voedingstoffen doorlaten. Planten roepen om hulp als insecten hun wortels aanvallen; dan komen de nematoden in actie. Ze kronkelen bijv. rupsen in  en eten ze van binnenuit op,. Of microben in de rhizosfeer activeren het immuunsysteem van een plant, waardoor sommige ‘knopen’ in de rhizosfeer dikker worden en defensieve chemische stoffen in de bladeren van de plant activeren. Als het bodemsysteem beschadigd is, bijv. door kunstmest, ploegen, samendrukken, pesticiden etc.) zijn planten kwetsbaarder voor aanvallers. Enzovoort. Wetenschapers schatten dat nog maar 10% van het bodemleven ’gelabeld’ is, en dat veel ervan uniek is voor bepaalde regio’s. zij zetten nu de eerste stappen naar een ‘Theorie van de Bodem’

  1. Wat er vóór ons ligt

Het voedselsysteem is almachtig geworden. Kan het nog geleidelijk aan veranderen, of kan dat alleen met een schok? Het ‘Global Standard Diet’ komt van een ‘Global Standard Farm’: we telen en eten granen, en vlees van dieren gevoed met granen, en soja. Tarwe, rijst, mais en sojabonen worden maar in een paar landen geteeld en door een paar bedrijven verhandeld: Cargill, Archer Daniels, Midland, Bunge and Louis Dreyfus beheersen 90% van de handel in granen; Chenchina, Corteva, Bayer en BASF beheersen 66% van de markt voor landbouwchemicaliën; soja wordt slechts in 3 landen verbouwd: Argentinië, Brazilië en de VS. ¾ daarvan gaat naar landbouwdieren.

Wat komt er  op ons af?

– 1/3 van de graanbedrijven  zit al aan de top van hun productie: die  kan niet verder opgevoerd worden.

– we hebben de verantwoordelijkheid aan bedrijven gegeven. Gevolgen: 1. Als zij graan opslaan doen ze dat om er winst mee te maken, niet om levens te redden. 2. Ze houden de omvang en aard en plaats van hun voorraden geheim, 3 Het zijn dezelfde bedrijven die nu de wereldhandel gemonopoliseerd hebben

– de voedselindustrie raakt steeds meer vervlochten met de financiële sector. Die focust niet op bodemvruchtbaarheid maar vooral op ‘flex’ oogsten: soja en mais kun je gebruiken voor voedsel én diervoer én biobrandstoffen

– de voedselproductie is al meer dan een halve eeuw gestegen maar die productie gaat naar diervoer, biobrandstoffen, of wordt verspild. Tot 20014 leek er een einde aan de honger  te komen, maar binnen 5 jaar stegen de prijzen, en de honger, vooral door de winst van de handelaren.

tegen 2050 :

– zal de wereldbevolking 9 à 10 miljard zijn, en de vleesproductie zal dan 120% groter zijn dan in 2000. Al die dieren moeten gevoerd worden

– toenemende hitte. Mensen kunnen sterven bij een ’nattebol-temperatuur’ (heeft te maken met luchtvochtigheid, zie wikipedia) van 35 graden, wat nu vooral voorkomt in de Perzische Golf en de Indusvallei in Pakistan. Er bestaan tractors met airconditioning maar die zullen kleine boeren zich niet kunnen veroorloven, dus ze  zullen een deel van het jaar niet kunnen werken, terwijl zij wel 1/3 van het voedsel produceren. Een combinatie van kooldioxide en warmte (= snellere groei) zullen bovendien het gehalte aan nutriënten in planten doen afnemen. Bodemerosie en verwoestijning en cyclonen zullen toenemen. De handelsknooppunten (Panama, Suez kanaal de Bosporus) zijn nu al erg druk.

– de oogsten zullen 146 % meer water nodig hebben – is dat beschikbaar? (denk aan smeltende gletsjers.)

– Er is nog geen wereldwijd verdrag over de bodem. Dat heeft de EU in 2014 wel geprobeerd maar de boeren-vertegenwoordigers voerden daar 8 jaar felle actie tegen en het liep  op niets uit.

– veel palmolie en mais gaat naar biogasinstallaties. Die zijn nu eigenlijk vergelijkbaar met de olie-industrie.

Op de een of andere manier zullen we het hele systeem moeten veranderen.

Landbouw-uitdijing

De schrijver neemt ons mee naar de rivier de Wye waar hij vroeger regelmatig in zwom en die nu vervuild is door algen vanwege de vele kippenslachterijen die zich in de omgeving hebben gevestigd. Voedingsstoffen uit het buitenland gaan door de kippen heen en komen in de rivier terecht, die nu ruikt naar kippenstront en troebel is door de algen. De vissen zijn verdwenen. Mest uitrijden voor er gras gezaaid wordt lijkt nu eerder afvalverwerking dan bemesten. Er zitten ook veel antibiotica in.  Er worden veel pesticiden gebruikt – die zijn de voornaamste oorzaak van de grote insectensterfte. Veel kippenboeren krijgen in de EU subsidie voor ‘groene brandstof’, en zijn houtpellets gaan gebruiken als brandstof. Elke kippenschuur consumeert een hectare bos per jaar. Biologische landbouw en vrije uitloop farms doen het niet veel beter w.b. grondgebruik: ze gebruiken  meer grond om dezelfde hoeveelheid voedsel te produceren.

Er is 109 gram soja nodig om 100 gram kippenborst te produceren. Waarom niet rechtstreeks soja eten, bijvoorbeeld in de vorm van tofu? En een kilo eiwit uit biefstuk veroorzaakt 113 x zoveel broeikasgassen dan een kilo erwten en 190 x meer dan een kilo noten. Waarom eten we die dan niet?

De mens heeft al veel van de natuur en de oorspronkelijke diersoorten verdrongen; dat gaat nu in versneld tempo door. De schrijver ziet het landgebruik  nu als de belangrijkste van de milieu-kwesties.  Als we allemaal op een plantaardig dieet zouden overstappen zouden we 76% minder land voor de landbouw gebruiken, en meer voor herstel van de natuur. ( zie ‘World in Data’,  Oxford University,  https://ourworldindata.org En zie evt. de uitgebreidere samenvatting voor zijn mening over  de nieuwe graasmethodes – nl. vaak het vee verplaatsen – waarvoor Alan Savory pleit)

Een van de grootste bedreigingen is de ‘landbouw-uitdijing’ in het hoge noorden: nu de permafrost smelt gebruiken de autoriteiten dat als een kans om ook daar met de landbouw te beginnen. Een probleem is dat de koolstof in die bodem er niet in wordt opgeslagen maar ontsnapt zodra de temperatuur stijgt. Maar toch koopt Microsoft daar al ’compenserende carbon credits’ (koolstofcertificaten).  We moeten proberen meer voedsel met minder landbouw te produceren.

4 vruchtbaar

Tolly (Ian Tolhurst) is al 33 jaar aan het boeren op niet erg goede stenige grond , zonder pesticiden, herbiciden, of toevoeging van mineralen of dierenmest of wat voor (kunst)mest dan ook. Hoe? Hij huurde 7 hectares van een landhuis (Hardwick Estate, met uitzicht op de Thames) en de ommuurde tuin en het koetshuis. Na elke 7 stroken moestuin plantte hij een brede strook wilde bloemen; daar zitten meer dan genoeg insecten.  Hij plantte heggen om zijn land heen. De eigenaar van het huis wilde een biologische tuin en een betrokken lokale gemeenschap en was dus blij met hem en vroeg geen hoge pacht. 

Hij houdt een wisselteelt aan van 7 jaar. Op de eerstes strook teelt hij twee jaar lang groengewassen met daaronder nog klaver. Dat bed wordt regelmatig gemaaid en hij laat het maaisel liggen; de wormen trekken het naar beneden en er blijft niks van over. Er zoemden veel insecten rond toen Monbiot er was  en er stonden veel afwisselende gewassen op de overige bedden, die 2 x per 7 jaar geploegd maar niet gekeerd worden.  Tolly heeft een plattegrond van al zijn gewassen in zijn hoofd en deels op  papier. ‘Als ik ongedierte heb wil ik weten wat ik fout heb gedaan, niet hoe ik van dat ongedierte af kan komen. Die bedden met wilde bloemen leveren mijn bestrijders. Slakken zijn ook geen probleem omdat we veel kevers hebben. Het enige probleem zijn duiven en dassen en daar zijn geen insecten tegen.’

Na een of twee jaar groenbemesters planten we aardappelen, dan weer groenbemesters, dan kool, broccoli, boerenkool etc. Daar zaaien we ook groenbemesters onder, voor de bodemvruchtbaarheid. Het vijfde jaar uien, met rogge, haver en wikke als groenbemester. Het zesde jaar, als de bodemvruchtbaarheid weer begint af te nemen zaaien we wortelen, bieten, pastinaken en selderij. Zevende jaar: pompoenen. Na een paar weken zaaien we daar groenbemesters onder, die blijven vrij klein door de grote pompoenbladeren. Tegen eind augustus worden de  pompoenen geoogst en de groenbemesters tieren welig door; dan zijn we weer bij het eerste jaar. De grote afwisseling aan teelten is waarschijnlijk ook een verdediging tegen ongedierte. Ik heb gehoord dat de Chinezen hun land eeuwenlang gezond hielden met groenbemesters’.

Er werd niets toegevoegd behalve 7 mm houtsnippers in 2 van de 7 jaar, en toch ging de bodemvruchtbaarheid langzaam maar zeker omhoog. Dat is genoeg koolstof om schimmels en bacteriën te stimuleren maar niet zoveel dat die snippers de stikstof in de grond opsluiten.  Zijn opbrengst is ongeveer verdubbeld, wat wetenschappers niet begrijpen. De bodem wil evenwicht, hij stabiliseert zich bij een koolstof-stikstof verhouding van 12:1 . Het lijkt wel of Tolly een zichzelf-regulerend systeem heeft gecreëerd.

Het is echter geen vetpot – hij krijgt later maar een half pensioen omdat hij niet al zijn pensioenbijdrages heeft betaald. Boeren overal ter wereld sluiten zich nu aan bij een wereldwijde agro-ecologische beweging, maar ze krijgen geen steun van de overheden.

5 hoeveel kunnen er mee-eten?

Tolly geeft groentes die hij niet kwijt kan aan de voedselbank. (aardappelen en uien tegen het eind van het seizoen bijvoorbeeld). Fare Share is de grootste her-verdeler van voedsel, maar ze krijgen minder van de supermarkten omdat die nu producten die dicht bij de vervaldatum zijn afprijzen voor hun eigen klanten. Supermarkten lijken edelmoedig, maar ze geven eigenlijk de spullen van anderen weg: ze bestellen teveel maar de afspraak is dat ze niet betalen voor wat er niet verkocht wordt. Die onbetaalde spullen geven ze dan weg, en de producent of groothandel heeft het nakijken.

In arme landen zouden betere wegen en betere koeling oplossingen zijn, maar dat is weer slecht voor het klimaat. Kortom: wat we kunnen besparen door verspilling tegen te gaan (5%)  valt in het niet bij wat we zouden kunnen besparen door onze manier van eten te veranderen.(we kunnen 80%  besparen als we meer plantaardig eten).

Wat betreft lokale productie zegt Monbiot: meestal zijn er gewoon geen landbouwgronden dichtbij onze bevolkingscentra. Volgens een publicatie wonen de meeste mensen in grote steden of dichtbevolkte valleien, en zij  willen producten (graan bijvoorbeeld)  die gemiddeld op 2.200 tot 3,800 km van hen vandaan geteeld worden Stadslandbouw, of ‘vertical farming’(in lagen in kassen) kunnen al helemaal de bevolking niet voeden.

  1. Wortelen.

Hij bezoekt een andere boer, Tim Ashton in Shropshire, die granen zoals tarwe, mais, en rijst teelt om de akkerbouw te verbeteren. Dat is belangrijk, want meer dan 50% van het huidige dieet bestaat uit granen. Monbiot spreekt met Tim en twee vrienden, een agronoom en aan bodem-ecoloog. Tim ploegt niet (no-till farming). Ze laten hem twee spades uit de bodem zien, een van een geploegd stukje land en een van een niet geploegd stuk. De geploegde grond valt meteen uit elkaar, de ongeploegde grond hangt aan elkaar en krioelt van de wormen. De bodem-ecoloog legt uit dat het niet zozeer de plantwortels zijn die de grond bij elkaar houden als wel de polymeren die uitgescheiden worden door bacteriën, wormen en kleine geleedpotigen, en de glomaline moleculen die door schimmels worden uitgescheiden. Ploegen scheurt deze aggregaten (= samenhangende bodem-deeltjes) open. Dan mineraliseren de bacteriën de koolstof en veranderen die in CO2. Het is niet alleen de koolstof-cyclus die door elkaar gehaald wordt als je ploegt, je ‘bevrijdt’ ook stikstof, in het verkeerde stadium van het plantenleven. Ze krijgen te snel teveel, en daar komen de bladluizen al aangesprongen. (Zie de langere  samenvatting voor zijn werkwijze en zijn teeltplan etc.)

 Er wordt een pak bezorgd bij de schrijver: vier zakken meel en een zak rijst. Er zit een opvallende foto bij: twee planten naast elkaar: links een ’moderne’ tarwesoort met korte stengel (zoals alle granen is dit een  lid van de ‘gras’ familie). Het gras rechts was een soort die hij nog nooit had gezien. Langer en een grotere  pol. De aren waren lang en dun, maar het grootste verschil zat onder de grond: een enorme baard wortels, die bos moet meer dan drie meter geweest zijn. Dit was het resultaat van verschillende generaties doorgekweekte exemplaren van een plant die tarwegras heet. Het Amerikaanse ‘Land Institute’ dat dit produceerde noemt het Kernza. Het is een meerjarig graan dat meerdere jaren kan doorleven. Van alle mogelijke landbouwtechnieken die de schrijver voor dit boek onderzocht vindt hij dit het spannendst. Hij  bakt er brood mee, maakt crackers en wraps, en het smaakt allemaal even goed.

Grote gebieden waar eenjarige planten domineren zijn zeldzaam in de natuur. Je vindt eenjarigen vooral als pioniers na een catastrofe: een brand, een overstroming, grondverschuiving etc. Ze overleven tot de meerjarige planten terug komen en het beschadigde land beginnen te herstellen, waarna de eenjarigen meestal het onderspit delven. Planten die kale grond koloniseren hebben zich zo ontwikkeld dat ze snel groeien en veel van hun energie eerder investeren in zaden dan in diepe wortels of dicht gebladerte, zodat ze zich zover mogelijk kunnen verspreiden voordat het nieuwe land dicht groeit. Het probleem is dat wij het land in de catastrofale toestand moeten houden waar ze van houden: de grond kaal maken, omkeren, er  veel voedingsstoffen aan toevoegen zodat we binnen een paar maanden een goede oogst hebben. Ze hebben eigenlijk een ecologische noodtoestand nodig om succesvol te kunnen zijn. 

Het Land  Institute doet hier al 40 jaar onderzoek naar, maar ook andere onderzoekers werken aan deze en andere gewassen.  (ze ontwikkelden bijv. bijv. de meerjarige zonnebloem). ‘Kernza’ wordt nog verder ontwikkeld. Nu hebben de planten van het Land Institute evenveel zaadjes als tarwe, maar elk zaadje weegt slechts een kwart van tarwezaad. Ze hopen dat ze binnen 30  jaar evenveel kunnen oogsten als van tarwe. Hun rijst produceert al evenveel als traditionele  rijst, en soms meer. De ‘groenere revolutie’ is begonnen! Meerjarige granen zullen waarschijnlijk minder erosie veroorzaken en de hoeveelheid koolstof in de bodem doen toenemen. Ze zijn geen wondermiddel: na een paar jaar moeten ze vervangen worden door een andere soort. Maar gewaswisseling met meerjarige planten doet de bodem minder vaak geweld aan dan een gewaswisseling van eenjarige planten.

Het is bijzonder dat deze uiterst belangrijke verandering niet door regeringen of multinationale ondernemingen wordt geleid maar door een kleine non-profitorganisatie in Salina. (gesticht in 1976 door Wes Jackson en Dana Jackson, zie website www.landinstitute.org)

Als we willen ophouden met dieren te eten moeten we nieuwe bronnen van eiwitten en vetten zien te vinden.

7 zonder boerderij

De schrijver is in Helsinki, op bezoek bij Pasi Vainikkaa, wetenschapper en ondernemer, die een bodem-bacterie vermenigvuldigt, in dit geval een bacterie die zijn energie haalt uit waterstof. Het resultaat is een soort meel waar je  een pannenkoek van kunt bakken. Ongeveer 60% van het meel bestaaat uit eiwitten. Het belangrijkste ingredient is gedroogde bacteriën. In het lab deden ze er wat tarwemeel en wat havermelk bij en bakten een heerlijke pannenkoek voor Monbiot.

De schrijver denkt dat het belangrijkste effect van deze ontwikkeling het landgebruik is. Inde VS beslaat de teelt van sojabonen (de meest efficiënte teelt van eiwitten) 36,500 miljoen hectares, een stuk land groter dan Italië. Dezelfde hoeveelheid eiwitten verkregen door de groei van bacteria beslaat 21,000 hectares, ongeveer zo groot als de stad Cleveland. Voor Pasi’s brouwsel is elektriciteit nodig, vooral om water te splitsen in waterstof en zuurstof doormiddel van electrolyse. Hij heeft ervoor gekozen om dat met behulp van zonnepanelen te doen. Naam van het bedrijf: Solar foods. Naam van het product: Solein (verwijzing naar proteïne, eiwtten). Het aantal bacteria in de tank verdubbelt elke 3 uur.

De extra energie kost wel materialen (koper, lithium etc.) maar  dat geldt ook voor ploegen, sproeien, oogsten etc.  De grootste kostenpost is elektriciteit (voor verdere technische details zie de langere samenvattting).

Veel van onze voedselvoorziening kan dus zonder boerderijen, aangezien grazen twee derde van de landbouwgrond beslaat, en bijna de hele rest van de landbouwgrond bestemd is voor graan voor de dieren, of eiwitteelten (soja etc.) voor mensen. Uitsterven van nog meer diersoorten kan afgewend worden als er meer land beschikbaar komt voor ‘rewilding’, en dan zou veel van de CO2 zo uit de atmosfeer gehaald kunnen worden.

Bezwaren? Genetische manipulatie van bepaalde microben heeft tot nu toe nog geen wettelijke problemen opgeleverd.  Insuline wordt bijvoorbeeld al gemaakt sinds 1978, en 99 % daarvan bestaat uit bacteriën en gist. Het risico is dat Pasi’s ‘revolutie’ zou kunnen worden gekaapt door big business. Daar zijn twee nuttige maatregelen tegen: anti-trust wetten, en ‘intellectueel eigendom’. En er zouden ook regels moeten worden afgesproken over ‘verplichte licenties’: armere landen zouden het recht moeten krijgen deze technologiën te gebruiken zonder enorme vergoedingen te moeten betalen. Vooral ook omdat ze vaak deels op universiteiten zijn ontwikkeld, zoals ook ‘Solar Foods’. Pasi’s versie van ‘precision fermentation’ is een van meerdere opties, en Solar Foods heeft al enkele concurrenten. Ook voorschadelijke producten als palmolie en cocos olie zouden deze nieuwe technologiëen kunnen worden gebruikt  Dit zijn allemaal politieke keuzes.

Deze verandering zou ‘rewilding’ mogelijk kunnen maken: land teruggeven aan de natuur en de oorspronkelijke dieren. (Zie ook Monbiot’s boek ‘Feral’, en de korte You Tube docu genoemd in de eerste alinea). Naarmate bossen, steppen, savannes, moerassen, mangrovebossen en de zeebodems zich herstellen wordt er massaal CO2 vastgelegd. Met daarnaast ook nog de vergroening van onze economieën zou het mogelijk zijn een klimaatramp af te wenden. Misschien is dat zonder deze verandering van ons voedselsysteem wel niet mogelijk!

Nieuwe grazige weiden

We lezen onze kinderen heel onrealistische verhaaltjes voor over de boerderij, en de engelsen kijken graag naar de wedstrijden voor herdershonden, en westerns zijn populair (hoewel de ‘helden’ van 6 januari op het Capitool dat in mindere mate waren). Het landleven zit in onze cultuur gebakken en het zal moeilijk zijn daar vraagtekens bij te zetten. Maar het landgebruik is misschien wel het belangrijkste van alle milieu-vraagstukken.

Hij presenteert 13 punten als een soort manifest voor een nieuwe beweging. Enkele daarvan:  

  • Lanceer een ‘Aarde Zoeker Programma’ om de bodems overal ter wereld precies in kaart te brengen
  • Onderzoek en ontwikkel hoogproductieve agro-ecologie
  • Hou op met dieren houden
  • Vervang de eiwitten en het vet van dieren door ‘precision fermentation’
  • Verbreek de greep die wereldomvattende bedrijven hebben op de voedselketen
  • gebruik minder land voor de voedselproductie
  • geef het land dat vrijgemaakt wordt terug aan de natuur

Het is tijd om weer grip te krijgen op het wereldwijde voedselsysteem, en om de lobbyisten en de belangengroepen die op dat terrein de hoofdrol spelen opzij te zetten. We kunnen de wereld voeden zonder de planeet  op te vreten.

Share This