Rondetafelgesprek in de Tweede Kamer over ‘voedsel en voedselprijzen’

Op dezelfde dag als de Hilton-conferentie van het bedrijfsleven over ‘Feeding the World’ met prinses Maxima (toegang 1600 euro, zie ons bericht van 28 januari) vond in de Tweede Kamer óók een overleg plaats over hetzelfde onderwerp.

Platform ABC-lid Jacques van Nederpelt doet verslag:

Woensdagmiddag 30 januari j.l. was er een rondetafelgesprek in de Troelstrazaal van het Tweede Kamergebouw. Deskundigen uit allerlei maatschappelijke geledingen waren uitgenodigd hun zegje te doen over het onderwerp Voedsel en voedselprijzen. De ‘high profile’ sprekers Olivier de Schutter (UN rapporteur on the right to food), Aalt Dijkhuizen (WUR) en Louise Fresco die op het programma stonden, lieten verstek gaan. We moesten het doen met bijvoorbeeld Van Bennekom van Oxfam Novib die aandacht vroeg voor de kleine boer en waarschuwde voor de teelt van energiegewassen die de voedselgewassen verdringt. Binnen de Wereldhandels-organisatie moeten afspraken worden gemaakt over productiequota. Kleine boeren kunnen vraag en aanbod beter op elkaar afstemmen omdat zij en laag niveau van externe inputs kennen. Van de WTO mag meer dan vaak wordt verondersteld.

Petra Berkhout van het LEI bracht het volgende in: Nederland is een zeer grote exporteur van producten van agrarische herkomst. Dit versluiert dat de primaire agrarische productie in termen van toegevoegde waarde steeds minder voorstelt. De landbouwprijzen zijn laag en veel agrarische grondstoffen worden ingevoerd en in al dan niet bewerkte vorm weer uitgevoerd. Wel is er binnen de landbouwsector veel kennis en drang tot innovatie. Hoe de primaire landbouwproductie in Nederland te behouden? 1. Mestprobleem oplossen door het economische waarde te geven, bijvoorbeeld door omzetting in biogas. 2. Tuinders die innovatief bezig zijn, vallen om door overfinanciering. Dit moet veranderen. 3. De akkerbouw moet zich richten op speciale gewassen, en preluderen op lage, fluctuerende prijzen. 4. De overheid moet garantiestellingen geven voor de afzet van bepaalde gewassen.

Rob de Wijk van het Haags Centrum voor Strategische Studies behandelde de geopolitiek van stijgende vleesconsumptie en veevoederproductie. China heeft dringend voedsel nodig en importeert dat, of verbouwt dat in Afrika. Gevolg is landgrab: Afrikaanse boeren moeten hun land afstaan aan grote investeerders. Tweede punt is de in het Westen zo bejubelde vrije markt. Deze spoort niet met de realiteit van de staatseconomieën elders. Met name in de opkomende landen reguleert de overheid de markt en beschermt zij haar boeren. Autarkie is niet de oplossing. Om deze belangenstrijd de baas te worden en ongezonde competitie en conflicten te voorkomen, is het aangaan van strategische partnerschappen van belang. Landen kunnen tot een uitruil komen van strategische grondstoffen; met China bijvoorbeeld van voedsel tegenover rare earth (ertsen met zeldzame elementen). Reciprociteit als strategisch beginsel is hier het antwoord.

Myriam Van der Stichele van SOMO bepleitte het aanstellen van toezichthouders op de speculatiemarkten en van een ombudsman om geschillen met betrekking tot de marktmacht te beslechten. De speculatieve termijnmarkten moeten bedwongen worden. De EU moet handelen. Snel. Eerlijke prijsvorming is nodig. Deze komt niet tot stand met name wat betreft de versmarkten in de supermarkt. Het moet duidelijker worden hoe de opbrengsten in de keten zijn verdeeld. De mededingingsautoriteit moet kijken naar de oneerlijke marktverhoudingen. En wel snel. Bundeling van marktpartijen mag tot maximaal 15% van de markt, maar supermarkten mogen een marktaandeel van 30% hebben. Nederland is zeer terughoudend in vergelijking met andere landen in de EU als het gaat om vervulling van haar rol als marktmeester.

Pierre Berntsen van de ABN AMRO memoreerde het probleem van de lage rendementen in de landbouw vergeleken met andere sectoren in de economie. De prijsvorming in de landbouw is problematisch, remt de bedrijfsontwikkeling maar dwingt tegelijk ook tot schaalvergroting. Het gaat hier om een commodity markt die onderscheiden moet worden van markten van bewerkte producten met meerwaarde.

Volgens Bavo van den Idsert, directeur van Bionext, focussen supermarkten op de prijs omdat de consument dat ook doet. De invloed van de consument op de ontwikkeling van de biologische sector neemt toe. Onderscheid tussen consument en burger is hier belangrijk. De burger is veel duidelijker in het aangeven van zijn eisen en wensen. Hij/Zij hecht duidelijk belang aan maatschappelijke verantwoordelijkheid. Bionext ziet graag de landbouwproductie afgestemd op regionale schaal.

De voorzitter van LTO Nederland, Albert Jan Maat, bracht drie punten in: 1. De sector moet meer en beter produceren. 2. Zij moet verbindingen zoeken in plaats van tegenstellingen benadrukken. 3. Hoe zetten we onze kennis in? Als concrete problemen noemde hij voorts het afschaffen van de rode diesel en het mededingingsbeleid. Wat dit laatste betreft loopt Nederland achter. De retail mag wel krachten bundelen, boeren niet. De regels moeten worden aangepast. Maat uitte ook nog felle kritiek op het feit dat er geen Ministerie van landbouw meer is en dat landbouw bij Economische Zaken is ondergebracht.

Dirk Jan Schoonman van de Nederlandse Melkveehouders Vakbond benadrukte dat de rendementen in de keten verkeerd verdeeld zijn door de marktmacht van de grote spelers. Marktmarkt verwerven via coöperaties biedt geen oplossing want die kijken vooral naar vergroting van de afzet en naar export. De primaire sector kan haar belangen het beste behartigen door de productie te reguleren, namelijk af te stemmen op de markt. De mededinging zouden wij op de Finse manier moeten regelen: een kartelwaakhond kijkt naar de kostprijs. Daaronder mag de prijs niet dalen.

De heer John Hilhorst van het NAJK: De primaire agrarische sector is onmisbaar maar kwetsbaar. De bedrijfsopvolging moet in het GLB worden geregeld. Voor de biologische en de gangbare landbouw is allebei plaats.

Van de kamerleden waren de volgende personen aanwezig: Jaco Geurts (CDA), Sjoera Dikkers (PvdA), Jesse Klaver (GL), Marianne Thieme (PvdD), Carla Dik-Faber (CU), Henk Van Gerven (SP). Zij stelden vooral vragen. Hieronder een greep hieruit:

Klaver: De marktmacht is nogal scheef. Is er aanvullende wet- en regelgeving nodig? De vrije markt voldoet niet. Wat kan Nederland doen?

Dik-Faber: Hoe zit het met samenwerking in de keten? Hoe kan de marktmacht evenwichtiger worden gemaakt? Wat valt er te zeggen over regionale kringlopen op de schaal van de EU?

Geurts: Stuurt de consument of de supermarkt vraag en aanbod?”

Van de kamerleden waren de volgende personen aanwezig: Jaco Geurts (CDA), Sjoera Dikkers (PvdA), Jesse Klaver (GL), Marianne Thieme (PvdD), Carla Dik-Faber (CU), Henk Van Gerven (SP). Zij stelden vooral vragen. Hieronder een greep hieruit:

Klaver: De marktmacht is nogal scheef. Is er aanvullende wet- en regelgeving nodig? De vrije markt voldoet niet. Wat kan Nederland doen?

Dik-Faber: Hoe zit het met samenwerking in de keten? Hoe kan de marktmacht evenwichtiger worden gemaakt? Wat valt er te zeggen over regionale kringlopen op de schaal van de EU?

Geurts: Stuurt de consument of de supermarkt vraag en aanbod?”

Thieme: Hoe eerlijke prijsvorming te realiseren? Is er concurrentievoordeel te behalen uit de ‘verwaarding’ van de producten? Is biologische landbouw niet te verkiezen boven gangbare?

Dikkers: Hoe is het gesteld met het toezicht op de prijsvorming. Wat valt er te zeggen over het mededingingsbeleid? Wat moet er gebeuren? Zijn kleine boeren belangrijk om verspilling tegen te gaan?

Van Gerven: De levensvatbaarheid van de landbouw is in het geding. Welke invloed heeft schaalgrootte op het rendement? Wat doen of willen de banken als het gaat om de schaalgrootte van bedrijven? De NMV wil de productie afstemmen op de vraag. Hoe dan?

 

 

Share This