Open Brief over voedselzekerheid – van de EMB en La Via Campesina – aan de EU en nationale regeringen. 

De voedselzekerheid kan in Europa niet langer gegarandeerd worden.  
 
Wij, de Europese boeren van de ECVC (European Coordination Via Campesina) en de Europese Milk Board, die midden in de praktijk van de voedselproductie staan, kijken met grote zorg naar de huidige staat van de Europese productiesystemen. Tenzij er onmiddellijk actie wordt ondernomen zal het niet langer mogelijk zijn om de voedselzekerheid (de levering van essentiële voedselproducten) te garanderen. 
 
Ongetwijfeld zijn de oorlog in Oekraïne en de Corona pandemie grote uitdagingen voor de voedselsector in de EU. Maar er is een andere doorslaggevende factor die onze voedselszekerheid in gevaar brengt: het huidige landbouwsysteem van de EU. De Europese Unie kan en moet voor een landbouwmodel kiezen dat ook op de middel- en lange termijn voedselzekerheid kan garanderen – ondanks crises binnen of buiten de EU. Als daar niets voor wordt ondernomen zullen lege schappen en voedseltekorten en de bijbehorende negatieve gevolgen een deel worden van ons dagelijks leven. 
 
 

De status quo van het Europese landbouw systeem is geen acceptabele optie voor de boeren en de planeet.  
Er wordt roofbouw gepleegd op de boeren     

 Er is een alarmerende uittocht van boeren bezig. Dankzij chronisch lage prijzen kunnen ze nauwelijks rondkomen. In de zuivelsector is het gemiddelde inkomen in de EU € 4.19 per uur, meer specifiek: € 0,0  inNederland, € 5,25 en €6,10 voor hun collega’s in Luxemburg en Duitsland. Bovendien zorgen constante crises en onzekerheden en steeds hogere eisen van de kant van de wetgever , verwerkers en supermarkten ervoor dat boeren eruit stappen en de volgende generatie het laat afweten. In belangrijke productielanden zoals Frankrijk, Duitsland en Nederland wordt daardoor steeds minder melk geproduceerd.  De huidige kosten-explosie versnelt deze trend zodanig dat de structuur die nu bestaat en voor de toekomst wordt verwacht geen stabiele voedselproductie in de EU zal kunnen garanderen.

 De belangrijkste reden voor deze problematische situatie is dat het landbouwbeleid in de EU gericht is  op goedkope productie en goedkope  export, grootschalige marktliberalisatie, afhankelijkheid van de wereldmarkt en deregulering binnen de EU. Bovendien hebben veel crises in de sector de productie-structuur aangetast. Multinationals profiteren hiervan, wat de autonomie van de boerenbedrijven en de EU aangetast heeft. Dat kan  wel eens een fatale slag voor de economische en sociale situatie van boeren blijken te zijn.  De laatste drie decennia zijn de marges onhoudbaar laag geworden. Wat betreft de melkproductie bijvoorbeeld blijkt dat uit de Net Economic Margin I, die in de EU gezakt is van 3.79 cents/kg melk in 1989 tot -4.96 cents/kg** in 2019. Vooral kleine en middelgrote boerderijen – de ruggengraat van onze landbouwsector en het plattelandsleven – en ook veel grotere bedrijven kunnen het hoofd niet boven water houden onder deze omstandigheden. Een robuuste, veelomvattende productiestructuur zou kunnen voorkomen dat de productie geconcentreerd wordt op enkele plekken zodat de lanbbouwproductie op een ongezonde manier geïndustrialiseerd wordt. Om deze redenen is de status quo geen acceptabele optie voor boeren en burgers. 

         -De prijzen voor de producenten moeten gelieerd zijn aan de productiekosten. Landbouwproducten mogen niet verkocht worden onder de kostprijs! In Spanje leidt momenteel een wet die gebaseerd is op het Europese ‘UTP directive’ uit 2017 (over Unfair Trading Practices) tot echte verbeteringen w.b. de prijzen.  Er is behoefte aan een effectieve verplichting dat prijzen minstens alle productiekosten dekken. We moeten alles doen wat we kunnen om te voorkomen dat er nog meer producenten de sector verlaten, en bevorderen dat jonge boeren instappen.

         – We moeten deregulering stoppen of terugdringen! Een markt die in balans is moet het doel zijn. Er  moeten geschikte crisis-instrumenten ingepast  worden in het Europese landbouwsysteem.  Daar hoort een ‘early warning’ systeem bij  dat gebaseerd is op correcte indicatoren die de werkelijke productiekosten en een behoorlijk inkomen voor de boer aangeven.

         – Voor de zuivelsector hebben we bijvoorbeeld verschillende doelstellingen en verschillende werkwijzen nodig wat betreft de CDG Melk en de MMO (Milk Market Observatory)***, die actief moeten leiden tot een uitgebalanceerde en eerlijke  herverdeling van de toegevoegde waarde, en die niet zomaar passief de marktverstoringen uit de verte observeren. 

 

Green Deal & Farm to Fork – duurzaamheids-strategiën zonder voldoende betrokkenheid  van de producenten en zonder de middelen om ze uit te voeren.

Hoewel het duidelijk is dat een milieu- en klimaat beleid niet mogelijk is zonder de benodigde middelen en zonder boeren erbij te betrekken zijn deze factoren op grote schaal genegeerd in de Green Deal en de  Farm to Fork Strategy. De overheersende roofzuchtige productie-structuur had eerst hervormd moeten worden om gunstige omstandigheden te creëren voor een succesvolle duurzaamheids-strategie. Deze kans is vergooid. Bovendien hadden producenten de juiste gereedschappen moeten krijgen om de vele duurzaamheids-doelen te kunnen bereiken. In plaats daarvan zijn deze doelen gewoon voor hun neus gezet en ze moesten maar zien dat de de hele last van deze strategiën droegen, wat onmogelijk is als je de schrijnend lage inkomensniveaus in aanmerking neemt. 

      – Producenten moeten centraal staan in de landbouwstrategiën en moeten voldoende betrokken worden bij de opzet. Beleidsmakers moeten samen optrekken met boeren. Er moeten veelomvattende middelen verstrekt worden om duurzaamheids-doelen te bereiken, vooral door de middelen te verstrekken om korte ketens, fair trade en gezamenlijke levering op te zetten. De Green Deal moet gebruikt  worden om het huidige systeem om te werken naar een sociaal houdbaar model.   Zonder de mensen die op boerenbedrijven voedsel produceren slaat de Farm to Fork Strategy nergens op.

 

Import die niet voldoet aan de Europese normen.

Aangezien de import van landbouwproducten vaak niet in overeenstemming is met de Europese normen lopen Europese consumenten meer gezondheidsrisico’s en krijgen EU boeren te maken met oneerlijke concurrentie. Wat de strengere duurzaamheidsnormen in de toekomst betreft, die buiten de EU niet gelden, wordt nog grotere onzekerheid verwacht. 

     – Om deze ontwikkeling tegen te gaan hebben we nadere bepalingen nodig waarin staat dat geïmporteerde voedselproducten overeenkomen met de Europese eisen, en de handhaving moet geregeld worden door middel van uitgebreide controles en sancties.  

 

Handels liberalisatie en goedkope export  zetten de lokale productie onder druk – in de EU en in  de rest  van de wereld.

Deze sterke nadruk op handelsliberalisatie heeft de afhankelijkheid van buiten de EU geproduceerde goederen sterk vergroot, en externe, wereldwijde dumping prijzen zijn nu richtinggevend, in plaats van  passende EU prijzen die aansluiten bij de plaatselijke productienormen en kosten. Hierdoor worstelen producenten overal ter wereld onder de druk van goedkope producten, wat blijkt uit de extreem lage producenten-prijzen in de EU en uit de dumping van goedkope melkpoeder op plaatselijke markten voor onze collega’s in Wast Afrika.

     – Verminder de afhankelijkheid van import en schadelijke goedkope export door landbouwproducten buiten de WTO en de vrijhandelsverdragen te houden. Een verantwoord EU handelsbeleid zou het dumpen van goedkope producten op gevoelige markten geheel verbieden. 

 
De boeren van de ECVC en de EMB zijn zeer bezorgd en ongerust. Ons landbouwsysteem moet NU herzien worden. Er is geen tijd te verliezen omdat de EU  zich op  glad ijs heeft begeven dat op veel plaatsen al kraakt. Nu moeten we alles doen wat in onze macht ligt om  onze productiestructuren duurzaam en stabiel te maken wat betreft duurzaamheid en veerkracht, met voedselsoevereiniteit in de EU en wereldwijd als perspectief. Zonder de mensen die voor de voedselproductie zorgen is er geen voedsel en geen voedselzekerheid in de EU   
 
                                                         =================================================================
*** CDG Milk (the Civil Dialogue on Milk) is een sectorale klankbordgroep voor de Commissie waaraan de EMB en ECVC deelnemen, maar ook.Copa-Cogeca (LTO zeg maar) en andere groepen. Zij doen o.a. voorstellen voor de melkprijs. Daarnaast heeft de European Milk Board enkele jaren geleden een voorstel gelanceerd voor regulering van de melkprijs:   boeren kunnen zelf de toevoer minderen als er teveel melk de markt op komt,  of meer produceren als er te weinig is.;  het zogenaamde  Market Responsibility Programme. Daarbij is wel monitoring door de EU gewenst. Dat laatste heeft de Commissie nog steeds niet willen regelen. 
 
                                                        =================================================================
 
Deze brief is gestuurd naar de volgende instituties:
  • National Ministers for Agriculture
  • Representatives of European Commission
  • Members of European Parliament
  • Representatives of European Committee of the Regions
  • Representatives of European Economic and Social Committee 
Voor meer informatie of verzoeken om interviews kunt u contact opnemen met o.a. Sieta van Keimpema (EN, DE, NL) – EMB President: +31 (0)612 16 80 00, EMB office: office@europeanmilkboard.org
                                                      =====================================================================
 
 
 
 
Share This