Ook Platform Aarde Boer Consument gaf de minister input voor een nieuw handels- en ontwikkelingsbeleid.

Minister Liesje Schreinemacher is bezig met een nieuwe beleidsnotitie op het gebied van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking (BHOS). Naast de hoofdlijnen uit het coalitieakkoord en actuele ontwikkelingen laat zij zich graag inspireren door het maatschappelijk middenveld, denktanks, onderzoekers en ondernemers.  Platform ABC gaf input voor deze consultatie: 

vraag 1. Hoe kan het Nederlandse bedrijfsleven meer betrokken worden bij de twin-transitie in (lage en) midden-inkomenslanden?

Voor beantwoording zie vraag 2.
Hier eerst een beschouwing over de gehele consultatie:
Bij de woordkeuze in de gehele vragenlijst bespeuren wij een groot geloof in armoedebestrijding door een exportgerichte economie in ontwikkelingslanden, met een positieve invloed van het Nederlandse bedrijfsleven daarop. Dan wordt het al snel als positief gezien dat de EU de grootste importeur van landbouwproducten uit het mondiale Zuiden is, terwijl dit ten koste gaat van de lokale voorziening in basisbehoeften. Ook wordt daarbij niet erkend dat het huidige GLB leidt tot dumping, en het gedwongen vertrek van boeren die naar sloppenwijken of Europa trekken. Bij andere vragen wordt dit toegelicht.
Een schrijnend voorbeeld zijn ook de EU visserijverdragen met Afrikaanse landen die lokale vissers en bevolking letterlijk beroven van hun toegang tot voedsel (met name eiwitten) en werk.
Een coherent alternatief (vraag 3) moet ook het kwijtschelden van onhoudbare schulden bevatten, zodat landen in het mondiale Zuiden niet langer hun hulpbronnen in de uitverkoop hoeven te doen. Ook kunnen zij zo uit ‘neoliberale’ invloedssfeer van Wereldbank en IMF blijven, die hen sinds de jaren 80 via structurele aanpassingsprogramma’s hebben gedwongen tot het opheffen van de bescherming van de voedsellandbouw en het stimuleren van de exportgerichte landbouw. De WTO (in mindere mate voor de LDC’s, de  Least Developed Countries) en de EPAs verdragen kwamen daar later nog eens over heen. Om deze landen, hun boeren, arbeiders en mensen in de informele handel werkelijk te helpen moeten zij de kans krijgen hun landbouw, industrie en handel op te bouwen in hun eigen gewenste tempo. Dat is onmogelijk met de huidige opgelegde liberalisering.
Alternatieven:
1. De Landbouwcoalitie voor Rechtvaardige Handel / Voedsel Anders NL heeft onlangs een position paper (rond het rondetafelgesprek over de uitwerking van COP26 in Glasgow) gestuurd naar de Commissie BuHa en OS met hoe een alternatief beleid er uit zou kunnen zien: 
2. Binnen de Handel Anders! coalitie schreef Platform Aarde Boer Consument, samen met FNV, Both ENDS mee aan een rapport met een vergelijkbaar alternatief handels- en landbouwbeleid: 

vraag 2 . Hoe kunnen overheid, bedrijfsleven en kennisinstellingen beter samenwerken om de duurzame ontwikkelingsdoelen te halen?

Zie ook uw uitleg bij vraag1. Goed om in te zetten op verduurzaming, dat betreft naast klimaat natuurlijk ook biodiversiteit, oprakende natuurlijke hulpbronnen, vruchtbare bodems en zoet water (mede door klimaatverandering). Om de steeds urgentere crises op dit gebied het hoofd te bieden, moeten deze hulpbronnen veel effectiever en efficiënter worden ingezet om de huidige en toekomstige wereldbevolking te voorzien in basisbehoeften. Dat is ook in lijn met de duurzame ontwikkelingsdoelen.

Op dit moment wordt er absoluut niet voorzien in deze basisbehoeften en is het aantal mensen met honger stijgende. Hen ontbreekt aan land om voedsel te produceren of aan koopkracht om voldoende voedsel te kopen.
Tegelijkertijd wordt er op de huidige té vrije wereldmarkt datgene geproduceerd waarvoor er wél koopkracht is.
Zo wordt een veel te groot areaal in het mondiale Zuiden ingezet voor luxe producten als biobrandstoffen en veevoer, bestemd voor rijkere landen inclusief de EU. Dit komt mede door het afschaffen van importheffingen op soja en ander veevoer (1962) en te lage importheffingen op palmolie, biodiesel en bioethanol. Een mogelijk verdrag met Mercosur zal de tariefvrije importquota voor ethanol op basis van suikerriet verder verlagen. Ook importeert de EU nog veel vlees, ook dit zal stijgen door vrijhandelsverdragen als EU-Mercosur.
Om aan genoemde crises het hoofd te bieden en de SDGs te halen zal dus moeten worden ingezet op veel grotere EU zelfvoorziening, terwijl ook boeren in het mondiale Zuiden de kans moeten krijgen hun bevolking van voedsel te voorzien. Naast dat het beste land wordt ingezet voor luxe-exportproducten hebben boeren in b.v. Afrika ook nog te maken met gedumpte EU-overschotten zoals met palmolie gemengde magere melkpoeder in West-Afrika. Dit wordt mede mogelijk gemaakt door de huidige landbouwsubsidies die leiden tot verkoop onder de EU kostprijs en de afschaffing van de melkquotering. Zie het verslag van de actie inBrussel.

Vraag 3. Hoe kan de bovengenoemde Nederlandse inzet op beleidscoherentie voor ontwikkeling verder versterkt of verbeterd worden?

Zie ook vraag 2. Genoemde alternatieven bevatten beleidsvoorstellen op de volgende terreinen: Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking – Economische Zaken en Klimaat – Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit – Infrastructuur en Waterstaat. Het is een groot probleem dat deze commissies in de Tweede Kamer, de genoemde ministeries, maar ook de Europese Commissie en het Europees Parlement, onvoldoende samenwerken om tot coherente oplossingen te komen.
Wat ons betreft begint een coherent beleid met het aanpakken van de huidige WTO-regels (zie ook rapport Handel Anders bij vraag 2) omdat zij bepalend zijn voor andere beleidsterreinen als GLB en klimaat. Zie ook een vergelijkbaar twee    pleidooien door Mathijs Bouman voor importheffingen. 
N.B. De huidige handelsverdragen zijn dus absoluut niet ontwikkelingsvriendelijk te noemen, omdat ze zijn gebaseerd op de huidige WTO-regels. Om landen in het mondiale Zuiden een kans te geven dient b.v. de de gedwongen liberalisering van een groot deel van de landbouw en industrie binnen de Economic Partnerships Agreements te stoppen. Dan kunnen deze landen veel meer werkgelegenheid genereren, waardoor de noodzaak tot migratie afneemt. Ook moet de EU er alles aan doen om haar uitstoot van broeikasgassen snel terug te dringen, om verdere klimaatontwrichting te voorkomen, die ook zal leiden tot vele doden en enorme vluchtelingenstromen.

Vraag 4. Hoe kan de overheid het duurzame verdienvermogen van Nederlandse bedrijven in het buitenland versterken?

Gezien de prioriteit voor het voorzien in basisbehoeften (zie vraag 2) binnen de eigen regio (zoals de EU, delen van Afrika) zou het Nederlandse bedrijfsleven zich moeten richten op uitwisseling van kennis op het gebied van agroecologische voedselvoorziening (met zo min mogelijk kunstmest en geen bestrijdingsmiddelen) en water, en b.v. export van voedselzaden die kunnen bijdragen aan zelfvoorziening in voedsel. Ook export van goederen en technologieën op gebied van duurzame energievoorziening kunnen hiertoe behoren.
Handel in luxe producten voor de happy few van de wereldbevolking zou juist moeten worden teruggebracht.

5. Op welke thema’s of sectoren ziet u kansen om internationaal te ondernemen?

Zie de sectoren genoemde bij vraag 4.

vraag 6  Hoe kan de overheid het bedrijfsleven (specifiek het MKB) dat internationaal onderneemt (of dat zou willen) beter ondersteunen om zaken te doen in het buitenland?
Met het oog op het voorafgaande zouden andere doelen voorop moeten staan dan exportkracht en innovatiekracht. Voorstel voor een nieuw doel: op basis van de steeds schaarser wordende natuurlijke hulpbronnen, klimaatcrisis en afnemende biodiversiteit voorzien in de basisbehoeftes van de huidige en toekomstige generaties. Om uitputting en vervuiling te voorkomen en te komen tot een échte circulaire economie kan dat het best op regionale (maximaal continentale) schaal. Hierin is natuurlijk zeker een rol voor het bedrijfsleven.
Daarbij kan de overheid de – in de inleiding genoemde – behoeftes van de markt sturen met behulp van ecotaksen en hogere regelgeving; of te wel internaliseren / de vervuiler betaalt-principe). Dat werkt het beste als door marktbescherming oneerlijke concurrentie wordt uitgesloten. Dus liever prioriteit aan voorzien in basisbehoeften dan in de behoeftes van de markt.

Vraag7 Waar is Nederland op het gebied van ontwikkelingssamenwerking volgens u goed in? Op welke thema’s zou Nederland een aanjagende rol kunnen vervullen?(EN)

Zie antwoord op vraag 4.
Op welke manier/welk vlak kan Nederland als donor nog meer durf te tonen?
Nederland (als EU- en VN-lid) kan meer durf tonen door SDGs en voorziening in basisbehoeften en bestrijden van genoemde milieu- en natuurcrisis voorop te zetten. Het alternatief van de organisaties binnen de Handel Anders!-coalitie vereist o.a. drastische verandering van de WTO-regels, en zou daar dan een bijdrage aan kunnen leveren. Durft Nederland daar ook werkelijk voor te pleiten?
——————–
Zie ook het volgende bericht op deze website: ook Oxfam/Novib en Both Ends pleiten ervoor het ontwikkelingsbeleid eindelijk eens om te gooien en agro-ecologie te bevorderen om de plaatselijke bevolking te voeden. 
Op 12 april heeft Guus Geurts namens Platform ABC deelgenomen aan een Breed Handelsberaad in Den Haag, georganiseerd door dit ministerie met hetzelfde onderwerp.
Daar waren ook vertegenwoordigers van andere organisaties, o.a. vakbondenen en werkgevers en ontwikkelingsorganisaties. 
Er ontstond o.a. een interessante discussie over de hogere milieu-eisen die de EU wil stellen aan importproducten. De Groente & Fruit importeurs waarschuwden daartegen.  Both Ends en Platform ABC  vonden dat juist een goede zaak. Hier de visie van CNV en FNV.
Share This