Rondetafelgesprek over Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) in Tweede Kamer

Op 6 juli werd er  een rondetafelgesprek over het Europese Gemeenschappelijke Landbouwbeleid gehouden in de Tweede Kamer binnen de Commissie LNV. Laura Bromet van GroenLinks was voorzitter. Er was een waarnemer namens de Europese Commissie bij aanwezig.  Guus Geurts mocht namens Voedsel Anders NL hier een bijdrage aan leveren. Hij pleitte daarbij voor een drastische hervorming van het GLB en het achterliggende vrijhandelsbeleid, zoals ook wordt bepleit door Platform Aarde Boer Consument en de Landbouwcoalitie voor Rechtvaardige Handel.

Voor het rondetafelgesprek werd dit visiestuk door Voedsel Anders NL opgestuurd naar de Tweede Kamerleden, en via deze link zijn alle position papers van de deelnemende organisaties te vinden.

Na de bijeenkomst schreef Guus Geurts een aanvullende brief naar de Commissie LNV , zie dit document Hierin brent hij enkele interessante punten onder de aandacht van de kamerleden, die goed zouden kunnen worden verwwerkt in het NSP (Het NationaalStrategisch Plan, waarin het Nederlandse beleid voor dekomende 7 jaar wordt vormgegeven)

Dat betreft:

  1. Betaling voor waardevolle ‘producten’ zoals zoogkoeien (ingebracht door PvdA en dhr. Oomen), eiwit- en oliegewassen, hennep en vlas vanuit Pijler 1. Onder druk van de VS heeft de EU in de jaren 90 de productsteun aan de laatstgenoemde producten opgeheven, waardoor de teelt van deze waardevolle vlinderbloemige gewassen (o.a. omdat ze stikstof binden uit de lucht), binnen een paar jaar volledig instortte. De afgelopen jaren bleef Nederland in de EU fel tegenstander  van deze gekoppelde steun. Deze productsubsidies zijn echter een belangrijk instrument om ook daadwerkelijk minder afhankelijk te worden van sojaimport en om de doelen van de Nationale Eiwitstrategie te halen. Zij zijn namelijk nodig om het lagere saldo ten opzichte van andere akkerbouwgewassen (en dierlijke producten) te compenseren. 
  2. Internalisering van milieu-, arbeids- en dierenwelzijnskosten in de consumentenprijs (true price), (ingebracht door o.a. D66);  Dit principe, ook wel ‘de vervuiler betaalt’ genoemd, is breed gedragen wens binnen de maatschappij ook naar voren gebracht door economen. Minister Schouten erkende dat beprijzing belangrijk is, maar schoof dit in het debat op de lange baan. Het is te bereiken door flexibele Europese productiebeheersing gekoppeld aan minimumprijzen; marktbescherming (bijv. importheffingen) voor bepaalde producten zoals soja en palmolie, dan kunnen ook Europese milieu- en dierenwelzijnseisen omhoog en CO2 heffingen worden opgelegd; er kunnen nationale suiker- en vleestaxen worden opgelegd, terwijl de BTW op groente en fruit zo ver mogelijk wordt verlaagd. Het Europese en Nederlandse mededingingsbeleid dient eerlijker te worden zodat boeren en vissers gezamenlijk een grotere marktmacht kunnen ontwikkelen 
  3. Voedselzekerheid in relatie tot de prijs voor voedsel aan consumenten (ingebracht door SGP) Het voedsel zal door bovengenoemde maatregelen iets duurder worden, maar de maatschappelijke winst is groot. Als voedsel voor de lagere inkomensgroepen te duur zou worden, zouden uitkeringen en minimumlonen moeten worden verhoogd om dit te compenseren.     Door dit alternatief zal er ook worden gestopt met het dumpen van Europese landbouwoverschotten onder de kostprijs, in bijvoorbeeld Afrika. Zoals al besproken tijdens het rondetafelgesprek kwam de door de WTO afgedwongen prijsverlaging vooral ten goede van de (multinationale) verwerkende industrie, handel en retail

 

Het rondetafelgesprek is hier terug te kijken (inbreng Guus start vanaf 19.07 uur):

 

 

 

Share This