Wie bepaalt de agenda van een VN-top over voedsel?

We berichtten er al eerder over: de VN top over voedsel. Op de pre-top eind juli was er al een tegen-top  door NGO’s die het niet eens waren met de opzet. Deze week, 23 september vond de eigenlijke  voedseltop over voedselsystemen plaats . De NRC schreef er een goed artikel over: 

Een speciale VN-top moet het voedselsysteem eerlijker, gezonder en duurzamer maken.

Er is ook kritiek: bedrijven zouden de top hebben gekaapt.

Vanwaar deze top?  ( eerste top  over voedselsystemen)

Hoewel de Verenigde Naties vaker conferenties over voedsel organiseren – voor het laatst een in 2009 over voedselzekerheid – is woensdag de eerste UN Food Systems Summit: over voedselsystemen. De deelnemende landen proberen hier vooruitgang te boeken met de zeventien duurzame ontwikkelingsdoelen van de VN. Het evenement wordt donderdag online gehouden, in de week waarin in New York de 76ste Algemene Vergadering van de VN plaatsvindt.

Honger en armoede de wereld uit. Dat zijn twee van de zeventien duurzame ontwikkelingsdoelen (SDG’s) die de Verenigde Naties in 2015 stelden. Die zeventien doelen moeten in 2030 gehaald worden. Dat is ambitieus en door Covid-19 zijn deze SDG’s verder uit zicht geraakt. Circa 800 miljoen mensen hebben honger en het aantal mensen dat in armoede leeft is vorig jaar naar schatting met 120 miljoen gegroeid. Intussen zijn ruim twee miljard volwassenen te zwaar – met alle welvaartsziekten als gevolg van dien.

Klimaatverandering bedreigt de voedselzekerheid, vooral in landen die al afhankelijk waren van voedselimport en -hulp. De pandemie heeft zichtbaar gemaakt hoe kwetsbaar veel schakels in de keten zijn: werknemers in vleesfabrieken werden ziek, kinderen liepen schoolmaaltijden mis, boeren en vissers konden hun opbrengst niet kwijt. De voedselsystementop is bedoeld om ideeën en oplossingen te verzamelen om de doelen weer op het spoor voor 2030 te helpen en landen in actie te krijgen.

Wat bedoelen we met ‘voedselsystemen’?

Van cacaobonen uit Ghana die als chocola in de supermarkt terechtkomen en soja uit Brazilië die aan Nederlandse kippen gevoerd wordt tot de Noordzeegarnalen die op Sumatra worden gepeld en de asperges die de teler op het erf verkoopt: ze zijn allemaal onderdeel van voedselsystemen – met winnaars en verliezers. Vaak gaat het over ‘het voedselsysteem’, een containerbegrip voor hoe we voedsel produceren, verdelen, verwerken en eten. Ook overheden, banken, ngo’s en consumenten horen daarbij.

Zo urgent en pregnant als de problemen zijn, zo complex zijn oplossingen in zo’n systeem waarin alles met alles samenhangt. De VN-top heeft daarom vijf ‘action tracks’. Dat zijn vijf routes – zoals een verschuiving naar duurzame eetpatronen of toegang tot gezonde voeding – om alle deelnemers aan het systeem en hun oplossingen te kanaliseren. Anderhalf jaar is er gewerkt om van tienduizenden mensen uit meer dan honderd landen ideeën te verzamelen en die met elkaar in overeenstemming te brengen.

Wie doen er mee?

„Iedereen heeft een plek aan tafel”, zei het hoofd van de top, oud-landbouwminister Agnes Kalibata uit Rwanda, begin maart in The Guardian. Het was haar repliek op het verwijt dat mensen die het hardst getroffen worden door de uitwassen van het voedselsysteem, het slechtst vertegenwoordigd zijn op de top: arbeiders, kleine boeren, vissers, herders en inheemse bevolkingsgroepen, die land, grondstoffen en inkomsten verliezen.

Hun ongenoegen is met scherpe pen vastgelegd door speciaal rapporteur voor voedselrechten en hoogleraar Michael Fakhri. In zijn verslag, eind juli, schreef hij dat de top voorgekookt is door het World Economic Forum. Dit netwerk van de top uit het bedrijfsleven was mede-organisator van de top en bepaalde zo agenda én uitkomsten. Herhaalde klachten van burgerrechtenorganisaties zijn volgens Fakhri genegeerd. Toen er in juni een team voor mensenrechten kwam, waren de shortlists met ideeën al klaar.  Ook de benoeming van Kalibata zette kwaad bloed: zij is directeur van AGRA, de alliantie voor een groene landbouwrevolutie in Afrika waarin Bill Gtes veel te zeggen heeft, volgens critici een bedreiging voor kleine, traditionele boeren.

Dat alle belanghebbenden mogen aanschuiven, betekent nog niet dat ieders stem even zwaar telt, zegt Fakhri. „Als iedereen stakeholder is, ontken je de machtsongelijkheid. Degenen met de meeste macht hebben de middelen om het proces te sturen. Je moet de vos niet in het kippenhok uitnodigen.” 

Waarom dat wantrouwen, als ook bedrijven en hun netwerken doelen hebben op het gebied van klimaat, gezondheid en gelijke rechten? Fakhri, vanuit Oregon: „Bedrijven zijn er om hun productie en winst te maximaliseren, niet om verantwoording af te leggen. Zij zijn onderdeel van het probleem, je moet hen niet tot onderdeel van de oplossing maken.” Hetzelfde legitimiteitsprobleem ziet hij bij grote filantropen als de Rockefeller Foundation en de Bill & Melinda Gates Foundation, die miljarden steken in landbouw, innovatie en ontwikkeling: „Filantropen kun je nog moeilijker ter verantwoording roepen dan bedrijven. Laat burgers en overheden bepalen wat er moet gebeuren. Alleen dan kun je transparantie, democratische besluitvorming en rekenschap waarborgen.”

Welke rol speelt de wetenschap bij deze top?

Eén groep die de top voorbereidt is de wetenschapsgroep, waarvan Louise Fresco, bestuursvoorzitter van de Wageningen Universiteit, vicevoorzitter is. Die formuleerde hoe de VN wetenschap en technologie kan inzetten om de planeet te beschermen en honger de wereld uit te krijgen. Biotechnologie, kunstmatige intelligentie, robots en sensoren om bijvoorbeeld oogsten te verbeteren of landrechten van lokale burgers en boeren te beschermen, kunnen daarbij een rol spelen. Om tot goed gefundeerd beleid en verdragen voor betere voedselsystemen te komen, zou er een wetenschappelijk platform moeten komen, te vergelijken met het IPCC, het VN-panel voor klimaat.

Ook hier klinkt een tegengeluid. Zo stelde de Twentse hoogleraar Esther Turnhout met anderen in een artikel in Science de vraag of nóg een wetenschappelijk platform wel de oplossing is. Er zijn al expert panels, zoals van de FAO, de VN-voedsel- en landbouworganisatie. „Nog meer wetenschap lost de problemen en tegenstellingen niet op”, zegt ze online. „Dat is veel te simpel.”

Wat is er mis met een stevig wetenschappelijk fundament?

Ook op dit punt draait het om machtsongelijkheid in het voedselsysteem. „De nadruk op wetenschap heeft als risico dat alternatieve kennis, over ecologische landbouw of van inheemse producenten, uit beeld verdwijnt, omdat die moeilijker in modellen te vangen is”, zegt Turnhout. „Als je de discussie heel wetenschappelijk maakt, heeft de industriële landbouw daar baat bij: daar komt het meeste onderzoeksgeld vandaan. Harde keuzes – waar moeten we mee stoppen om voor iedereen een gezond dieet te garanderen – worden daardoor op zo’n top niet gemaakt.”

Louise Fresco zegt dat er in de wetenschapsgroep wél aandacht is voor kennis die voortkomt uit lokale, ecologische en kleinschalige voedselproductie. „Neem de aquatische systemen, zoals zeewierteelt. Bij die ontwikkelingen moet je bij uitstek lokale vissers meenemen. Maar het is in de wetenschap belangrijk om te toetsen. Je moet weten wat werkt en wat niet werkt om tot een duurzaam landbouwsysteem te komen.”

Worden de plooien nog gladgestreken voor de top?

Honderden organisaties boycotten de VN-top en hielden eerder dit jaar een alternatieve top. Toch gaat de onvrede uiteindelijk niet alleen over de top. Die weerspiegelt vooral de bestaande tegenstellingen. Tussen het noordelijk en zuidelijk halfrond, arm en rijk, industrie en burgerrechtenbeweging, agro-ecologen en techoptimisten. Fresco: „Mensen hebben sterke gevoelens over voedsel. Van mij zou het wel wat rustiger mogen.”

De boycot betekent volgens Turnhout niet dat tegenstanders zichzelf buitenspel hebben gezet. „Zo’n top is ook een manier om je te manifesteren, of je nu meedoet of niet. Om iets in beweging te krijgen, heb je altijd mensen binnen én buiten het systeem nodig.”

Wanneer is de top een succes?

Op de dag van de voedselsystementop wordt geen verdrag getekend. Staatshoofden en andere sprekers zullen met hun commitments vooral intenties uitspreken. Michael Fakhri zegt: „Nog voordat het begonnen is, is de top al mislukt.” Zijn cynische conclusie is dat big business donderdag een ‘groen voetje’ kan halen en aan invloed heeft gewonnen, zonder dat regeringen bedrijven aan afspraken kunnen houden. Hoewel er geen verdrag komt, vindt Louise Fresco de commitments en de top wél belangrijk. „Die top is geen geïsoleerd evenement. Het gaat om de weg ernaartoe en erna. Als we dit niet doen, raken we nog verder achterop. Zie het als een proces van kleine stapjes.”Hoe kritisch Fakhri ook is over de top zelf, anderhalf jaar actie heeft wat hem betreft wel iets positiefs opgeleverd. „Mensen uit alle landen, met verschillende achtergronden, hebben zich ondanks de pandemie georganiseerd. Als het protest iets laat zien, is het hoe groot de kracht van solidariteit is.”

* Zie voor meer info de publicatie van het Oakland Institute:  People versus Agribusiness Corporations: the Battle over Global Food  and Agribusiness Governance 

Share This